Wat doe je bij aquaplaning?
Laat rustig het gas los, houd het stuur stabiel in de rijrichting en vermijd abrupt remmen of scherp sturen. Wacht tot de banden weer contact krijgen. Pas je snelheid al vóór diepe plassen en spoorvorming aan.
Wat is aquaplaning?
De band kan water niet snel genoeg afvoeren en gaat op een waterfilm drijven. Stuur- en remkrachten nemen dan sterk af. Waterdiepte, snelheid, profiel, bandenspanning, breedte en wegdek bepalen het risico.
Zo verklein je het risico
- verminder snelheid bij zware regen en plassen;
- vergroot volgafstand;
- houd de voorgeschreven bandenspanning aan;
- meet profiel op meerdere plekken;
- vermijd plotselinge stuur- en remacties;
- rijd voorzichtig in spoorvorming.
ADAC-tests laten zien dat minder profiel de snelheid waarbij een band gaat opdrijven sterk kan verlagen. De wettelijke 1,6 mm is daarom geen comfortabele regenreserve.
Als de voorwielen opdrijven
De auto reageert nauwelijks op sturen. Kijk waar je heen wilt, houd het stuur rustig en laat gas los. Trap bij een handgeschakelde auto de koppeling in als de handleiding/rijopleiding dat adviseert, zodat aandrijfkracht wegvalt. Moderne rijhulpsystemen veranderen de basisregel niet: geen paniekreactie.
Als de achteras uitbreekt
Blijf kijken in de gewenste rijrichting en corrigeer beheerst. Grote stuurhoeken kunnen bij terugkerende grip een heftige reactie geven. Rijtraining helpt om dit veilig te oefenen.
Banden kiezen
Bekijk in onafhankelijke tests aquaplaning in lengte- en dwarsrichting. Het EU-label voor natte grip meet remmen en geeft geen volledige aquaplaningsscore.