Bandencheck voor vakantie

Controleer banden minstens enkele dagen vóór vertrek. Dan is er tijd voor reparatie of vervanging. Meet koud, met de auto nog niet zwaar bereden.

1. Profieldiepte

Meet alle banden op meerdere plekken en noteer de laagste waarde. Kijk naar scheve slijtage. Voor winterlanden kunnen hogere minimumwaarden gelden dan de Nederlandse 1,6 mm.

2. Schade

Zoek naar bulten, diepe sneden, droogtescheuren, zichtbare koorden en voorwerpen in het loopvlak. Laat twijfel vóór vertrek professioneel beoordelen.

3. Bandenspanning

Gebruik de fabriekswaarde voor volle belading als die van toepassing is. Meet koud en controleer ook het reservewiel. Zet de spanning na de reis terug als de fabrikant dat aangeeft.

4. Draagvermogen en belading

Controleer toegestane voertuig- en aslast. Plaats zware bagage laag en dicht bij het midden. Een dakkoffer, fietsen en aanhanger veranderen de belasting en het rijgedrag.

5. Leeftijd

Lees de DOT-code en controleer oudere of weinig gebruikte banden extra op veroudering. Leeftijd alleen is geen afkeur, maar een lange, warme snelwegrit legt meer belasting op dan korte lokale ritten.

6. Reservewiel of reparatieset

Controleer aanwezigheid, houdbaarheid van afdichtmiddel, compressor en gereedschap. Weet waar het sleepoog en wielslotadapter liggen. Een reparatieset is alleen een noodoplossing.

7. Route-eisen

Controleer winterbanden, 3PMSF, kettingen en lokale profielregels voor elk land. Kijk kort voor vertrek opnieuw naar officiële bronnen en weer.

8. Trillingen of trekken

Laat de auto vóór vertrek uitlijnen of balanceren als hij trekt, het stuur trilt of de banden ongelijk slijten. Een lange rit vergroot de gevolgen van een klein probleem.