Wat betekent ongelijkmatige bandenslijtage?

Een band hoort over het loopvlak redelijk gelijkmatig te slijten. Slijtage aan één rand, beide schouders, alleen het midden of in golven wijst op een probleem dat je vóór vervanging moet oplossen.

Beide schouders slijten

Dit past vaak bij langdurig te lage bandenspanning of te zware belasting. De band vervormt meer en draagt relatief veel op de randen. Controleer koude spanning en kijk of je de beladingswaarde gebruikt.

Het midden slijt sneller

Dat kan passen bij een te hoge spanning of een combinatie van band, velg en gebruik. Gebruik niet de maximumdruk op de bandwang; volg de voertuigwaarde. Laat ook controleren of de maat en velgbreedte kloppen.

Eén kant slijt

Sterke binnen- of buitenslijtage kan wijzen op verkeerde wieluitlijning, speling of beschadigde ophanging. Laat het voertuig meten en repareren. Alleen banden vervangen lost de oorzaak niet op.

Zaagtand, cupping of plaatselijke plekken

Een onrustig patroon kan samenhangen met schokdempers, balans, uitlijning, draairichting of gebruik. Het kan brommen en trillen veroorzaken. Een specialist moet band, velg en ophanging samen beoordelen.

Wat doe je nu?

  1. meet profiel op meerdere plaatsen en noteer het verschil;
  2. controleer koude spanning;
  3. inspecteer op schade en vervorming;
  4. laat uitlijning, balans en ophanging controleren;
  5. vervang banden als profiel, schade of constructie dat vraagt;
  6. controleer na herstel of het patroon niet terugkomt.

Niet doorrijden bij

Een bult, zichtbare koorden, diepe snede, snelle drukval of heftige trilling vraagt direct stoppen en beoordeling. Een slijtagepatroon kan samengaan met interne schade.